Erve Ramaker Copyright © 2013 -2018 by Freek Ramaker  All Rights reserved
Erve Ramaker Erve Ramaker
 
 
 
De eerste vermelding van een huisplaats Ramaker en later Erve Ramaker vinden we bij de Volkstelling 1748:
De Buirschap Holtheme: de huijsen: Ramaker; de man: Jan; de vrouw: Jennegien; en sijn broeder Gerrit
Jennegien was een dochter van Gerrit van 't Eggengoor, Jan en Jennegien zijn 28-10-1747 gertrouwd in Hardenberg.
We weten niet of Jan en Jennegien pas na hun huwelijk hier zijn komen wonen, in elk geval woonde broer Gerrit bij hen in huis. Sommige bronnen vermelden dat de ouders van Jan in 1741 al waren overleden.
Broer Hendrik woonde in 't Heemserveen en de zusjes Fennegien en Geesje worden niet genoemd.
Van Geesje weten we dat ze in 1753 is getrouwd met Derk Dieters weduwnaar van Roelofje Hendriks van de Scheer en later het volle eigendom van Blauwgeerts krijgen en de naam Blauwgeerts zijn gaan voeren.

Hendrik is ca 1755 weer in Holtheme komen wonen zoals we uit het doopboek Gramsbergen kunnen zien,
Jan Harmen wordt nl in 1756 gedoopt in Gramsbergen, met als woonplaats Holtemerbroek.
Het lijkt waarschijnlijk dat Hendrik bij zijn broer is komen wonen.
Bij de doop van een kleindochter van Hendrik lezen we:
26 november 1799 Herm Ramaker en Aaltjen Hendriks op Erve Ramakers te Holtheme - Jennichjen
en Herm is een zoon uit het (tweede) huwelijk van Hendrik met Jennigjen Jansen (later ook Gieljan genoemd)
Swaantje, de oudste dochter van Jan Ramaker en Jennegien, geboren 09-03-1749 trouwt 18 april 1772 in Hardenberg met Roelof Derksen j.m van Holtheme.

Folio 184, 184 vo Huwelijkse Voorwaarden van Roelof Derksen, jongman, en Zwaantien Jansen, jongedochter, geadsisteerd met haar oom Roelof Eggengoor als haar verkoren Momboir. Zij krijgen het volle eigendom van het bezit van de bruid haar ouders wijlen Jan Rademaker en nog in leven zijn de moeder Jannegien Gerritsen, mits zij ook de schulden en lasten op zich nemen. De voornoemde moeder van de bruid zal de tijd van haar leven in het huis onderhouden en verzorgd moeten worden in kost en kleding en wat zij verder van node is, bovendien tot haar particulier gebruik jaarlijks tien dubbele ellen vlaslinnen krijgen of in plaats daarvan een spind lijn voor haar zaaien, naar voorkeur van het bruidspaar. In voldoening van de erfportie van de broer en twee zusters van de bruid, genaamd Gerrit-, Stiene-, Fennegien Jansen, wordt een regeling getroffen. De broer krijgt een somma van 30 Car. guldens, de zusters een bedrag van 20 Car. guldens en een behoorlijk zwart jak en schort. Voorts zullen de broer en zusters tot hun trouwen en bij ziekte en ongemak in het huis mogen blijven wonen en verzorgd worden. Tevens maakt het bruidspaar een testament op langstlevende.
De akte wordt ondertekend door Roelof Derks, Zwaantien Jansen de bruid, Jannegien Gerritsen de weduwe van Jan Rademaker en moeder van de bruid, Roelof Eggengoor de oom en momber van de bruid, Hendrijk Gerrijts, Gerrijt Eggengoor en Gerrit Geertmans. Actum Hardenberg, 18 april 1772.

(Van het gezin Eggengoor heb ik geen doop- en trouwgegevens kunnen vinden)
Roelof Eggengoor is een kleinzoon van Annigjen Hendriks Leemgraven.

In 1772 krijgen Zwaantje en Roelof het Ramakers dus in bezit en gaan ze de naam Ramaker voeren.
De eerstvolgende vermelding is in 1781,
Roelof Derksen Ramaker en zijn huisvrouw Zwaantien Jansen lenen 375 gulden van Jan Odink den Velde hypotheek met eigendommelijke keuterplaats het Ramakers als zekerstelling en in 1803 volledig afbetaald en doorgehaald.
In het vrijwillig rechterlijk archief van het Schoutambt Hardenberg vinden we deze akte, gedateerd 1 juni 1781: Ik Jacob van Riemsdijk, van wegens hoger overigheid verw. Scholtus van den Hardenbergh, Heemse en Gramsbergen, doe cond en certificere hier mede dat voor mij en keurnoten, die waren Will. Meijer en Wolter Kromhof, persoonlijk in den gerigte gecompareerd en erschenen is, Roelof Derksen Ramaker en zijn huisvrouw Zwaantien Jansen, tutore marito, woonagtig te Holtheme; en verklaarden zij comparanten, wegens opgenomene en aan haar verstrekte penningen opregt en deugdelijk schuldig te wezen aan Jan Odink, wonend te ten Velde, een capitale somma van driehonderd vijfenseventigh car. guldens ad twintig stuiv. het stuk, zegge 375 guldens. Aannemende en belovende zij comparanten dezelve jaarlijks en alle jaren tot de aflosse toe te zullen verrenten met drie gelijke guldens van ieder honderd gerekend; zullende het eerste jaar interesse hiervan wesen vervallen op den twaalfden maij 1700 twee en tachentigh, en zo vervolgens tot de aflosse continueren. Verklarende zij comparanten onder renuntiatie van alle exceptiën die desen mogten contrariëren, daarvoor niet alleen tot een generaal verband te verbinden haare personen en goederen, geene uitgezonderd, maar ook bij dezen daarvoor tot een speciaal hijpotheecq en onderpand te verbinden en te stellen, haar comparanten eigendommelijke keuterplaatse Ramakers genaamd, bestaande in het woonhuis en gooren met het daarbij behorende zaaijland en hooijland, in zijn eigen bevredinge gelegen. En dan nog drie stukken zaaijland tezamen ongeveer drie mudden lands, gelegen op Stienen- of Ramakers-kamp langs de Steege, tezamen onder de boerschap Holtheme in dit Schoutampt; ten einde om in geval van onverhoopte misbetalinge, zo van capitaal als renten, als dan het bovengemelde capitaal van driehonderd vijf en seventigh guldens met de onbetaalde interessen daaraan ten allen tijden kost en schadeloos te kunnen en te mogen verhalen. In kennisse der waarheid, is desen door mij verw. Scholtus voornoemd met de comparanten getekend en door mij gezegeld, en omdat zij comparanten geen zegels en hadden, zo hebbe op haar verzoek dezen voor haar met mijn kleine zegel mede gezegeld. Actum Hardenbergh den 1 junij 1700 een en tachentigh.
In de kantlijn van de akte staat dat de obligatie en hypotheek op 4 mei 1803 is doorgehaald. Het geleende kapitaal plus de rente was volledig afbetaald.
Volkstelling 1795 Holtheme Roelof Rademaker, kotter Roelof Rademaker vier 4 4
Roelof heeft de naam Ra(de)maker aangenomen.

In het doopboek Gramsbergen:
1 december 1799 26 november 1799 Herm Ramaker en Aaltjen Hendriks op Erve Ramakers te Holtheme
Jennichjen

Hardenbergh, den 29 maart 1800 Verw(alter) Scholtus K. ter Steeg. Keurn(ooten): Jan Derksz Zweers en Jan Kamferbeek. Compareren, met verzoek om in ondertrouw te worden opgenomen en aangetekend, en dat daarvan op de drie eerstvolgende zondagen publicatiën mogen afgaan: Teunis Jansen, jongman, geboortig van den Velde, doch tans woonächtig te Aane, en Jennegien Roelofs, jongedochter, geboortig van en woonächtig te Holtheme. ’t Welk geaccordeerd is. In fidem, J.G. Pruim (Scholtus). Ouders van de bruidegom: Jan Hendriks en Jennegien Coerts. Ouders van de bruid: Roelof Ramaker en Zwaantjen Ramaker. Volgens certificaat van ds. A. Breman zijn dezen getrouwd ten Hardenbergh d(en) 28 april 1800.
Datering: [1800] Hardenbergh, den 29 maart 1800 dtbboek:
Ondertrouw- en trouwboek 1800-1805
Pagina: 28 Bron: DTB Schoutambt Hardenberg

Vervolgens: 1802 acte van transport Roelof Ramaker, schoonzoon Teunis Jansen (Strojan) en diens vrouw Jennigjen Ramaker van ¼ hooiland gelegen bij katerstede Ramakers Holtheme aan J.H. Leemgraven
1807 akte waarbij Derk Odink verklaart 250,00 gulden van J.H. Leemgraven ontvangen te hebben waarvoor hij gedurende 30 jaar als rente het gebruik geeft van ½ katerstede Ramaker
Uit het archief van de erven Leemgraven:
Op 26 oktober 1807 werd de helft van de katerstede het Ramakers aangekocht door Jan Santman Derkszoon uit stad Hardenberg. Dat blijkt uit het vrijwillig rechterlijk archief van het Schoutambt Hardenberg. De katerstede was bij opbod verkocht tijdens de veiling van de vaste goederen van C.L. von Morseij. Een jaar later, op 1 oktober, vond de daadwerkelijke overdracht plaats.

In 1809 wordt Jennigje Ramaker geboren in Ane zoals blijkt uit haar overlijdensakte:
Overledene: Jennigjen Ramaker Geslacht: Vrouw Geboorteplaats: Ane (Gramsbergen)
Leeftijd: 35 Relatie: Herm Twenneker
Vader: Teunis Ramaker Moeder: Jennigjen Ramaker Gebeurtenis: Overlijden Datum: woensdag 12 juni 1844
Gebeurtenisplaats: Dedemsvaart (Hardenberg, Ambt) Aktenummer: 47 Akteplaats: Hardenberg, Ambt

De oudste twee kinderen waren nog in Holthemerbroek geboren, ze woonden in 1809 kennelijk niet meer op het Ramakers. Hier ligt nog wat uitzoekwerk.

In 1832 was het huis en erf eigendom van Hendrik Jan Leemgraven en mede-eigenaren. We vinden ‘het Ramaker’ gesitueerd in de zgn. ‘Holthemer Eggen’ in sectie D no. 253 op legger nr. 277.
Hendrik Jan Leemgraven is gehuwd met Gezina Meijerink een kleindochter van Egbertje Hendriks en Albert Wolbink (2e echtgen. Van Hendrik Hendriks onze voorouder).
Op de kadastrale kaart van 1832 is het Ramakers aangegeven met nummer 253.

Uit de Onderliggende Aanwijzende Tabel vinden we Hendrik Jan Leemgraven en mede eigenaar voor huis en erf en grond daaromheen aangegeven.

Het ligt in 2017 aan de Doorbraakweg 55a.